Persephone
Griekse dochter van Zeus of van Poseidon en Demeter. Haar naam wordt vertaald als 'Zij die licht brengt in het duister'. Ze was een jonge graangodin, koningin van de onderwereld en wordt gezien als een vegetatiegodin. Zij is de vrouw van Hades die haar als klein meisje ontvoerde. Eenderde van het jaar verblijft ze in de onderwereld, en tweederde van het jaar is ze bij haar moeder, de graangodin Demeter in de 'bovenwereld'. Deze mythe staat symbool voor een graankorrel en de cyclus van het leven van geboorte, bloei tot dood. Haar attributen zijn granaatappels, korenaren, de hoorn des overvloeds. Ze wordt afgebeeld, zittend op de troon in de onderwereld: ze houdt een duif vast. Ze draagt een diadeem en soms een fakkel. De haan is haar symbool van de dageraad en van nieuw leven. Eerder in het neoliticum werden Persephone en haar moeder afgebeeld als siamese tweeling. In de lente keert Persephone terug naar het licht, met het kind Brimos-Dionysos: dit is geboren uit het samenkomen van licht en duisternis. In de ruzie tussen Persephone en Aphrodite om de schone Adonis beslist de muze Kalliope dat Adonis een derde deel van het jaar bij Persephone mag blijven, een derde bij Aphrodite, en de rest van het jaar voor zichzelf. Hij kan Aphrodite echter niet weerstaan, en offert zijn eigen deel op om bij haar te kunnen blijven. Op 21 mei werd een feest gevierd voor Persephone en Demeter.
Philomela
Griekse dochter van de Atheense koning Paudion. Haar zus Proche was de vrouw van Tereus. Tereus onteerde haar en sneed haar tong uit, om haar te beletten dat ze alles aan haar zus sou vertellen. Door een kunstig weefsel te maken, vertelde ze het echter toch aan haar zus. Om zich te wreken zetten d zussen aan Tereus een heerlijke spijs voor; wat zijn zoontje Itys blijkt te zijn. Tereus komt hier achter en achtervolgt de zussen. Hij verandert Proche in een zwaluw en Philomela in een nachtegaal.