Tlazolteotl
Azteekse aardegodin van de liefde, de roes en de maan en de dood. Haar naam betekent 'godin van het vuil'. Zij werd met hekserij en lust in verband gebracht. Toen een man bekend liet maken dat hij de gunsteling van de goden wilde worden, stuurden de goden Tlazolteotl op hem af om zijn deugdzaamheid op de proef te stellen. Hij bezweek voor haar verleidingskunsten en werd door de goden in een schorpioen veranderd. Voor de Azteken is zij de stuwende kracht achter alle vormen van onzedelijk gedrag. Wie in het geheim overspel heeft gepleegd kan dit eenmaal biechten aan een priesteres maar bij algemeen bekend overspel wordt men gestenigd. Tlazolteotl werd afgebeeld als een jonge vrouw met een rubber masker die een kind baart, haar zoon de maïsgod Cinteotl. In haar kapsel droeg zij spoelen. In haar neus droeg ze een sieraad in de vorm van een maansikkel. Ze was ook verbonden met de maan, met slangen en uilen. Als maangodin had ze vier aspecten, die in verbinding stonden met de vier fasen van de maan. Bij afnemende maan, haar derde aspect, had ze louterende kracht; ze waste de zonden van de mensen weg. Ze was ook beschermster van de stoombaden, de Temazcalli . Als godin van de hernieuwing werd aan haar jaarlijks een jongen geofferd; deze werd gevild, en een beeld van de godin werd gekleed in zijn huid. Haar priesteressen heetten Ciateteo (geëerde moeders) of Ciuapipiltin (prinsessen). Zij werden wel beschouwd als de geesten van de vrouwen die stierven in het kraambed. Zij reisden door de lucht, spookten op kruisingen en lieten tempels bouwen op plaatsen waar brood aan hen werd geofferd. Ter ere van Tlazoltéotl werden fallische dansen uitgevoerd.